• logo

  • Boek een hotel via Z-HOTELS.NL en 3% van de rekening gaat naar Z!, zonder extra kosten!
  • Doneren

  • Vrienden van Z!

Roemenen en Bulgaren in tang van ‘bemiddelaars’

door Olof van Joolen – De Telegraaf za 30 april 2011

NIJMEGEN, zaterdag

Je moet twee keer kijken en in je ogen wrijven om te geloven wat er gebeurt. Maar het tafereeltje dat zich voor de deur van de Albert Heijn XL in Nijmegen ontrolt, is echt. Een dakloze die hier vandaag straatkranten aan de man probeert te brengen, arriveert niet lopend of sjokkend. Hij wordt afgezet door een glimmende Mercedes. Aan het einde van de dag zal dezelfde auto met hem weer oppikken.

In de tussenliggende uren probeert de verkoper uit alle macht zijn krantjes te verkopen. Hij probeert supermarktbezoekers niet met een glimlach zo ver te krijgen een blaadje mee te nemen, ze krijgen de krantjes in hun handen gedrukt. Of ze nou wel of niet interesse hebben. Nee zeggen, is geen optie. Sommige voorbijgangers worden boos, anderen staan even later verdwaasd met een krantje op de parkeerplaats in hun handen.

Maurice Custers kijkt er niet meer van op. Zo gaat het de laatste tijd steeds vaker, weet de directeur van de Nachtopvang uit Noodzaak Nijmegen (NuNN). De organisatie is verantwoordelijk voor de verspreiding van de daklozenkrant in de stad en omgeving. Maar vooral in de dorpen rond de stad hoeven de verkopers van de NuNN niet aan te komen want daar zijn alle plekken in handen van Roemeense ’collega’s’. Dat ging niet zonder slag of stoot.

,,Om de goede verkoopplekken wordt gevochten. Soms zelfs letterlijk. We hebben opstootjes gehad. Het is allemaal niet goed voor ons imago”, zucht Custers. „Onze verkopers proberen een goede relatie op te bouwen met de bedrijfsleiders van de supermarkten waar ze voor de deur staan. Dat is niet alleen belangrijk voor ons imago, het hoort ook bij maatschappelijke rehabilitatie van de verkopers. Dat is altijd het idee achter de straatkrant geweest. Maar op deze manier heeft het allemaal weinig zin.”

Sjaak van Bergen (61) is één van de NuNN-verkopers. Het plekje voor de deur van de druk bezochte Albert Heijn XL aan de Sint Jacobslaan is zijn stekkie. De mensen kennen hem. Niet alleen omdat Sjaak in de buitenwijk al jaren de daklozenkrant aan de man brengt, maar ook omdat hij daarvoor zelf in deze buurt woonde. Toen ging het met Sjaak nog stukken beter. Hij had een baan als afdelingshoofd bij een lokale kliniek en was gelukkig getrouwd. Nadat zijn vrouw was overleden, ging het bergafwaarts. Niet alleen woonde hij op straat; inmiddels is Sjaak ook terminaal kankerpatiënt.

Ondanks alle ellende probeert Sjaak zoveel mogelijk de straat op te gaan met zijn krantjes. De afgelopen tijd gaat dat steeds lastiger. ,,Er staat regelmatig een man op mijn plek”, vertelt hij. ,,Waar hij vandaan komt, weet ik niet. Hij brabbelt iets in een taal die ik niet versta. Ik weet dat hij eerst ’s ochtends met zijn eigen auto kwam. Die zette hij achter de supermarkt neer. Keek ie eerst drie keer om zich heen voordat hij uitstapte. ’s Avonds gebeurde hetzelfde wanneer hij weer instapte. Nu wordt hij altijd opgehaald door een busje. Ik zie het regelmatig gebeuren.’’

Het busje zit vol Oost-Europese verkopers. Het is iets dat in de verhalen van uitgevers en verspreiders van daklozenkranten in Amsterdam, Rotterdam en Nijmegen terugkomt. Hoe dubieus de mensen zijn die deze busjes besturen, durft niemand echt te zeggen. Maar iedereen is het erover eens dat er sprake is van een organisatie en dat het op pad sturen van arme Roemenen en Bulgaren nou precies niet is wat er ooit met de daklozenkrant werd bedoeld.

,,We wilden mensen zonder huis of perspectief helpen door ze iets zinnigs te laten doen”, legt Sjany Middelkoop van het Rotterdamse Straatmagazine uit. ,,Dat is ook goed gelukt. Het daklozenprobleem is veel minder groot dan voor de straatkranten begonnen. Wat er nu gebeurt, is precies het omgekeerde. Oost-Europeanen komen hierheen om de krant te verkopen. Ze nemen zelfs vrouw en kinderen mee. Je maakt dus een nieuw probleem in plaats van er eentje op te lossen.’’

Volgens het Leger des Heils zijn de problemen met de kranten nog maar een deeltje van een veel groter drama, dat zich aan de absolute onderkant van de samenleving op dit moment afspeelt. Alles begint met Oost-Europeanen die naar Nederland komen om seizoenswerk te doen. Ze betalen hiervoor in eigen land aan malafide bemiddellaars en moeten bij hen ook hun paspoort inleveren. Wanneer ze vervolgens in Nederland zonder werk komen te zitten, hebben de dagloners geen geld meer voor terugkeer. Omdat ze geen recht hebben op een uitkering raken de Roemenen en Bulgaren financieel aan de grond en zitten ze compleet bij de bemiddellaars in de tang.

Moderne slavernij noemt majoor Germen Stoffers de praktijken. Alleen al in Den Haag zijn er zo’n zeshonderd slachtoffers bekend. Ze kwamen ooit af op seizoenswerk in het Westland. Ook in de havens van Rotterdam en Amsterdam zijn volgens het Leger de Heils veel van dit soort werknemers actief. Landelijk gezien moeten er daarom duizenden zijn.

Wanneer Nederlandse werkgevers de Oost-Europeanen op straat zetten, zoeken ze hun weg in de schimmige circuits van krantjes verkopen, muziek maken op straat en soms gewoon ordinair bedelen. ,,Niemand wordt er echt rijk van. Meer dan een paar tientjes zal je er per dag niet mee verdienen. Ik kan me niet voorstellen dat organisaties die hier achter zitten erg rijk worden”, zegt de majoor. „Maar tragisch is het wel. Dit is een nieuwe onderklasse in onze maatschappij. Weinig mensen beseffen nog hoe groot de problemen zijn die in deze groep ontstaan.”

Voor Straatmagazine waren de groeiende problemen met de OostEuropeanen aanleiding om vorig jaar te stoppen met Roemenen en Bulgaren als legale verkoper. Ze konden daardoor geen kranten meer inkopen. Direct na deze stap zagen vrijwilligers vanaf Rotterdamse stations kranttoerisme richting Den Bosch op gang komen. De uitgever daar deed niet zo moeilijk. In Amsterdam merkte distributiecoördinator Jeroen de Rooij dat legale Roemeense en Bulgaarse verkopers extra kranten insloegen om die door te sluizen naar familie, vrienden en bekenden die buiten het reguliere systeem werken.

Tegelijkertijd begonnen Belgische kranten op te duiken op de verkoopplekken. Ze zijn makkelijk herkenbaar aan de tweetalige teksten. De laatste nieuwkomer op de markt is het Staat Journaal Rotterdam. Dit is een blad uitgegeven door Bulgaren zelf dat qua vormgeving een letterlijke kopie van Straatmagazine is.
,,Dit kan toch niet. Dit is gewoon een vod waarbij alles ook nog eens is gejat”, briest Sander de Kramer. Vol walging gooit hij het blaadje van zich af. Op de voorpagina van het eerste nummer is de spelling van het woord maart niet helemaal gelukt. Mart , staat er nu. Ernaast prijkt cynisch genoeg de tekst dat je een daklozenkrant alleen moet kopen bij een verkoper met een pasje. Een legale dus.

De Kramer was jarenlang één van de drijvende krachten achter de Rotterdamse straatkrant. Hij werd meer dan wie ook landelijk het uithangbord voor de bladen. Het doet hem pijn te zien wat er van de idealen van toen is overgebleven. ,,Wanneer je nu de straatkrant verkoopt, krijg je te maken met gajes. Criminelen die geld verdienen over de ruggen van daklozen”, oordeelt de Rotterdammer. ,,Dat is nooit onze bedoeling geweest. Als het zo moet, kunnen we er beter mee stoppen.”

Verkoper Sjaak maakt zich in Nijmegen ondertussen op voor een nieuwe dag op straat. Zijn krantjes legt hij klaar op een net stapeltje. Voor de deur van de AH zal hij vriendelijk naar zijn klanten glimlachen. Een grapje, een praatje, zo probeert hij mensen over de streep te trekken om een blaadje te kopen. Aan het opdringerige verkoopgedrag van de Oost-Europeanen moet Sjaak niet eens denken. Dat werkt toch niet, weet hij.

,,Mensen moeten het je gunnen. Ik krijg van sommigen ook regelmatig wat toegestopt. ’Houd de krant maar, die heb ik al’, zeggen ze dan. Dat doen ze echt niet wanneer je die krantjes in hun handen duwt”, weet Sjaak. Hoe lang hij de krant nog kan verkopen, weet de Nijmegenaar niet. Maar zo lang zijn broze gezondheid het hem toestaat, zal hij de oneerlijke concurrentie niet over zijn kant laten gaan. Zeker niet nadat zijn OostEuropese ’plaatsvervanger’ een vaste klant had verteld dat de terminale Sjaak dood was. ,,Hij doet ook agressief’’, vertelt Sjaak, die zich daarvan overigens niets aantrekt. De broze zestiger balt zijn vuist. ,,Ik laat me niet verjagen!’’

Daklozen en supermarktbezoekers een goed gevoel geven. Dat was de bedoeling van de straatkranten. De zwervers omdat ze niet meer hoefden te bedelen, maar iets nuttigs konden doen. De kopers van de blaadjes doordat ze aan een goede daad nog iets overhielden. Maar wie nu een daklozenkrant koopt, loopt grote kans dat zijn euro’s bij een dubieuze groep uit Oost-Europa terecht komt. De straatkrant wordt meer en meer het domein van Roemenen en Bulgaren.